zondag 20 juli 2014

Het heilige "moeten"









Je kent ze vast wel. Van die gedachten die in je hoofd rondspoken die je continu vertellen wat je wel en niet mag en wat je vooral ook moet doen. Geboden en verboden die je zijn ingeprent uit je kindertijd en die je nog steeds met je mee zeult en die je nog regelmatig een hoop last bezorgen. Geboden en verboden die je je eigen hebt gemaakt naar aanleiding van je ervaringen, uit angst voor problemen, controle verlies of om ruzie te voorkomen.

Niet mogen falen leidt immers tot perfectionisme. En perfectionisme leidt tot boosheid, frustratie, een verbeten strijd leveren tegen het maken van fouten. Terwijl fouten maken juist o, zo menselijk en normaal is. We kunnen namelijk niets goed en ontspannen aanleren als we geen fouten mogen maken. Als we alles in een keer goed moeten kunnen. "Waar gewerkt wordt vallen spaanders" en wie geen fouten maakt, doet niets. Fouten komen voor, ze zijn onderdeel van een leerproces en jezelf hierin de ruimte geven maakt dat je prettiger en makkelijker leert.

Hoe tegenstrijdig is: "Ik moet rustig blijven." Het heeft in zichzelf al iets van een tegenstelling zitten. Het moeten is dwingend en meestal ervaren we dat niet als prettig. Als je het zachtjes tegen jezelf zegt in een panieksituatie is een soort van opdracht aan je onbewuste en kan het heel functioneel zijn maar de hele dag, week in week uit, rustig moeten blijven is maar voor weinig mensen weggelegd als een natuurlijke staat van zijn. Mensen met een groot temperament kunnen gewoon niet altijd maar rustig blijven en dit geldt ook voor mensen met ADHD. Er is niets mis mee om zo nu en dan lekker druk te doen.

De laatste: "iedereen moet mij aardig vinden" is er eentje met een enorme valkuil. Het is zeer onrealistisch om te streven naar een situatie waarin iedereen jou aardig vindt. Er zullen altijd mensen zijn die je niet aardig vinden. Vaak zegt dat meer over hen, dan over jou en kan je je maar beter realiseren dat zij je niet aardig vinden omdat het iets in hen is, dat maakt dat ze jou niet aardig vinden en dat het hoogst waarschijnlijk weinig met jou van doen heeft als jij verder je vriendelijk en sympathiek gedraagt. Het altijd maar aardig gevonden willen worden maakt dat je iets wilt waar je niet al te invloed op hebt bij anderen. Je kan niet bepalen hoe een ander over je denkt, dat ligt extern van jou. Mensen die altijd maar aardig gevonden willen worden, laten andere mensen vaak over hun grenzen heen gaan met alle nare gevolgen vandien. Ze durven namelijk niet goed "nee" te zeggen of boos te worden. Aardig doen is dan een manier om je "veiligheid" te verzekeren. Dat je geaccepteerd wordt, dat mensen je waarderen en misschien wat voor je over hebben. Meestal komen ze bedrogen uit op den duur omdat altijd maar aardig doen niet zelden leidt tot een gevoel van misbruik.

Geen opmerkingen: