dinsdag 13 augustus 2013

De gift(igheid) van boosheid



Een oude, door het vele rijden getekende, biker reed op een dag op zijn motor een stadje binnen.
Het leek hem een rustig stadje en hij besloot er een paar dagen te blijven. Hij vond een betaalbare slaapplek en parkeerde er zijn motor.

Na een leven lang op de weg kende hij de mensen en de wereld. Blij dat hij even kon bijkomen besloot de biker naar de markt te gaan om wat eten en drinken te kopen. Bij de ingang van de markt zat een man op een bankje. De biker liep met een glimlach op zijn gezicht richting ingang van de markt en moest langs de man lopen.

Op het moment dat de man de biker zag begon hij te schelden. Hij vervloekte de biker vanwege zijn uiterlijk, zijn levensstijl, zijn gedachten, vervloekte zijn moeder, vader en verdere familie, schreeuwde dat de biker een smerige zwerver was en hoeveel beter hij zelf was en dat de biker de adem niet waard was die hij inademde. De biker bleef glimlachen en liep langs de man de markt op om te halen wat hij nodig had.

De volgende dag ging de biker weer naar de markt en ook de scheldende man was er weer. Ditmaal schold hij nog harder, schreeuwend en gillend naar de biker, vervloekte zijn geboorte en zijn familie en iedereen in het leven van de biker die zoals steeds hem glimlachend voorbij liep met zijn dagelijkse voorraden in een rugzak.

Dit ging zo verder de rest van de week tot op een dag, toen de biker van de markt afliep en de scheldende man op hem afkwam. Gewoon omdat hij niet begreep dat de biker niet reageerde. “Hey bikertuig, elke dag loop je hier voorbij en elke keer scheld ik je helemaal verrot. Ik vervloek je familie, je leven, je rotkop en alles waar je voor staat en wat je doet.” zei de man. “maar elke keer dat je deze markt oploopt met je grijns op je kop weet je dat ik je hier zal zitten te vervloeken en uitschelden. Maar iedere keer loop je langs me de markt weer af met die zelfde grijns op je harses. Ik weet omdat ik tegen je spreek dat je niet doof bent, waarom blijf je steeds glimlachen terwijl je weet dat ik niks anders zal doen dan je lelijke bikerkop verrot schelden en vervloeken?”

De oude biker, met dezelfde grijns op zijn gezicht kijkt naar de man en vraagt: ”als ik morgen een mooi cadeau voor je zou meenemen, zou je dat dan aan nemen?” Waarop de man antwoordde: “ absoluut niet, ik neem helemaal niks van mensen zoals jij aan.” “Oke”, zei de biker, “als ik jou dus dat cadeau zou aanbieden en je weigert het, van wie is dat cadeau dan?” “Het zou uiteraard nog van jou zijn”, antwoordde de man.

“En zo is het ook met jouw boosheid”, zei de oude getekende biker, “als ik ervoor kies jouw gift van boosheid niet te accepteren, is die boosheid dan niet alleen van jou?” Glimlachend, zoals altijd, stapte de biker op zijn motor, trapte hem aan en verdween in een stofwolk richting de horizon.

Geen opmerkingen: