dinsdag 9 juli 2013

Oordelen en Overtuigingen

Een boer had een prachtig paard, dat hij nooit had willen verkopen. Zijn dorpsgenoten hadden al een paar keer tegen hem gezegd dat hij het paard moest verkopen, dat het veel geld op zou brengen. De boer wilde echter zijn paard niet verkopen. Zijn buren noemden hem een koppige oude man.

Op een dag was het paard verdwenen uit de stal, het was weggelopen. ‘Wat een pech!’ riepen de dorpelingen ‘Wat vreselijk voor je dat je je paard kwijt bent! Had je het nou maar verkocht!’ ‘Ach,’ zei de boer, ‘of het pech is weet ik niet. Ik weet alleen dat het paard uit de stal verdwenen is.’

Een week later kwam het paard terug, en het bracht vijftien wilde paarden met zich mee. ‘Wat een geluk heb jij!’ riepen de dorpelingen. ‘Wat een mazzel voor je dat je zoveel paarden hebt!' ‘Ik weet niet of het geluk is’, antwoordde de boer. ‘Ik weet alleen dat ik nu zestien paarden heb.’

De zoon van de boer probeerde de wilde paarden te temmen. Hij werd echter tijdens het temmen uit het zadel geworpen en brak op meerdere plaatsen zijn been. ‘Wat een ramp voor je!’ reageerde het dorp. ‘Nu is je zoon zwaar gewond, misschien blijft hij wel altijd kreupel!’ ‘Ik weet niet of het een ramp is’, zei de boer. ‘Laten we vaststellen dat mijn zoon zijn been heeft gebroken. Of dat een ongeluk is of een zegen, weet niemand.’

Een paar weken later kwamen er soldaten het dorp in en moesten alle jongemannen verplicht in dienst. De keizer beraamde een veldslag tegen een zeer sterke tegenstander die het land ernstig bedreigde. Iedereen vreesde dat hij zou verliezen en dat de veel soldaten zouden omkomen. De zoon van de boer kon niet meevechten, vanwege zijn gebroken been.

De dorpelingen zeiden toen: ‘Wat een geluk dat jij je zoon nog hebt!’ Maar hij zei weer: ‘Niemand weet of het goed is of slecht dat mijn zoon niet mee hoeft te vechten. Niemand kent de waarheid. We zien alleen de fragmenten.We weten het niet.’

Geen opmerkingen: