donderdag 4 oktober 2012

De nieuwe Wet op Zorg, Dwang en GGZ


Recentelijk een lezing bijgewoond van Prof.Mr.Dr. M. Buijsen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De lezing ging over recht en zorg waarbij het begrip menselijke waardigheid versus persoonlijke autonomie en zelfbeschikking aan de orde kwam.

De menselijke waardigheid ligt in vele wettelijke verdragen vast (Europees Verdrag van de Mens bijvoorbeeld) en in onze eigen Nederlandse grondwet. Voorbeelden van sociale grondrechten waar het waardigheidsprincipe in tot uitdrukking komt in Nederland zijn:  recht op zorg, onderwijs, privacy, lichamelijke integriteit, vrije meningsuiting, vrijheid van godsdienst etc.

Elk mens heeft recht op waardigheid. Dat is geen recht wat je moet verdienen maar wat je bij geboorte toekomt. Deze waardigheid dient gerespecteerd te worden ook als het gaat om mensen die psychisch ziek zijn. De huidige maatschappij richt zich in toenemende mate op waardigheid en respect voor de psychisch zieke mens. Dit zie je terug in de historie als je kijkt naar de verschillende soorten wetgeving m.b.t. psychisch zieke mensen: Krankzinnigenwet 1841, 1884, 1972, de opvolger hiervan de Wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) en de komende nieuwe wet Zorg, dwang en GGZ.

In de Krankzinnigenwet kon een ieder met enkel een doktersverklaring van een psychiater al verplicht opgenomen worden (zonder rechterlijke toetsing). Je was of crimineel of psychisch ziek maar hoe dan ook moest je opgesloten worden. Lukte het criterium crimineel niet dan kon men via een doktersverklaring dit regelen. De gedachte hierachter was: als je iets in je hoofd mankeert, kan je niet meer zelf denken en heb je psychische hulp nodig zoals je bij een gebroken been niet meer kon lopen en lichamelijk hulp nodig had. Psychische hulp resulteerde in een gedwongen opname.

Later werd de macht van de psychiater sterk ingeperkt in de BOPZ doordat het Openbaar Ministerie en de Rechter erbij werden betrokken ter toetsing, voordat er een gedwongen opname kwam en werd het gevaarscriterium de afweging. Dit was op zich al een hele vooruitgang omdat voor de BOPZ mensen al opgesloten konden worden op basis van politiek andersdenkend zijn, verzetpleger, anders religieus zijn en voor elke vorm van psychische ziekte ook als die persoon verder ongevaarlijk was. 

Daarbij werd de Krankzinnigenwet van voor 1972 misbruikt in de WO II door Duitse psychiaters doordat zij zwakbegaafden en geestelijk gehandicapten daarmee opsloten, ermee experimenteerden en hen vergasten (euthenaseren).

De BOPZ kwam in de jaren ’70 kwam tot stand na de emancipatie en nieuwe psychologische (opvoedings) stromingen. Men ging genuanceerder denken over anders zijn, psychisch ziek zijn en het hebben van rechten als psychisch ziek persoon. Het gevaarscriterium is echter beperkend als het gaat om het Recht op Zorg van een psychisch ziek persoon. Er is niet veel geregeld in Nederland als het gaat om het recht op psychische zorg en er worden niet vaak andere middelen en methodieken wettelijk eerst gereguleerd ingezet zoals ambulante hulpverlening waarbij de persoon niet meteen verplicht opgenomen wordt maar waarbij de omgeving betrokken wordt en er meer met medicatie wordt gewerkt en begeleiding in een beschermde woonomgeving. 

Het recht op geestelijke zorg en meer gedifferentieerde hulpverlening gaat dadelijk met nieuwe wetgeving veel meer vorm krijgen conform het concept van menselijke waardigheid en de focus op het gevaarcriterium wordt daarbij losgelaten en zal niet meer leidend zijn. Leidend zal zijn dat de juiste zorg voor de psychisch zieke patiënt/cliënt er zal zijn. Meer ambulantisering, herstelbewegingen in de eigen omgeving en minder separeer en dwang. De focus ligt op het burger zijn en in de maatschappij zijn, i.p.v. patiënt zijn en uit de maatschappij gehaald worden. De overheid krijgt hiermee een zorgplicht = goede zorg verlenen.


Geen opmerkingen: